Als baby huilde ik heel veel. Mijn moeder is toen natuurlijk wanhopig gaan uitzoeken waardoor dat kwam. Al snel merkte ze dat ik na de borstvoeding meer huilde als ze bepaald eten had gehad. Met deze bevindingen ging ze naar de huisarts, maar die wilde haar niet doorverwijzen; allergieën waren toen nog niet zo bekend als nu. Mijn moeder zette door en gelukkig, een andere huisarts wilde me wel doorverwijzen naar een kinderarts. Na onderzoek bleek dat ik in ieder geval allergisch was voor suiker, zout en gist. Zolang mijn moeder borstvoeding gaf, moest zij haar dieet hier op aanpas- sen. En vanaf het moment dat ik zelf ging eten, kreeg ik speciale dingen zoals zuurdesembrood en hypoallergene melkpoeder. Gelukkig groeide ik hier overheen toen ik een jaar of twee was. Rond diezelfde leeftijd mocht ik van het consultatiebureau een boterham met pindakaas eten. Omdat het iets nieuws was, wilde mijn moeder beginnen met een klein beetje. Ze smeerde een dun laagje pindakaas op een boterham en liet mij een klein hapje daarvan eten. Al snel moest ik overgeven en kreeg ik uitslag op mijn huid. Mijn moeder was compleet verrast dat ik er zo op reageerde, want de kinderarts had niks gezegd over een pinda- of notenallergie.

Na dit incident ben ik opnieuw getest op allergieën. Zo bleek dat ik inderdaad allergisch ben voor pinda’s en andere noten. Vanaf dat moment mocht ik van de kinderarts nooit meer pinda’s, amandelen, pistachenootjes, walnoten of cashewnoten eten, maar ook geen producten waarin noten zitten verwerkt, zoals amandelspijs. Van de kinderarts kreeg ik daarom medicijnen die ik altijd bij me moet hebben; een EpiPen waarmee ik mezelf met adrenaline kan injecteren als ik in shock dreig te raken of als mijn keel opzwelt, een anti-allergiemiddel en een pufje voor als ik benauwd word. En mijn ouders en ik letten natuurlijk altijd goed op mijn voedsel. Maar de ingrediëntenlijsten op verpakkingen was vroeger nog niet zo goed als nu. Zo at ik als kind gewoon kerstkoekjes. Lekker, maar ik kreeg er altijd jeuk van in mijn mond. Volgens mijn vader kon dat echt niet, want op de ingrediëntenlijst stond immers niets over pinda’s of noten. Maar toen hij toch de fabriek belde, bleek inderdaad dat ze in de machines ook wel eens pinda’s verwerkten…

Jarenlang had ik nergens last van, maar toen ik zeven of acht was, ging het een keer flink mis. Ik ging kijken naar een volleybalwedstrijd van mijn moeder. Een kennis van ons had mij daar spontaan naar- toe gebracht, mijn moeder wist dus niet dat ik daar was en ik had mijn medicijnen ook niet bij me. Op de tribune ging een zak zoute stengels met pindavulling rond. Ik kon toen nog geen etiketten lezen en wist daardoor niet dat er pinda’s in de stengels zaten… In- eens moest ik heel erg overgeven en werd ik suf. De mensen om me heen probeerden me wakker te houden, anders kon ik binnen een paar minuten in een anafylactische shock raken: een levensgevaarlijke vernauwing van mijn luchtwegen.

Niemand had toen nog een mobieltje. Daarom gaf iedereen mijn moeder geld, waarmee ze mijn vader thuis kon bellen, zodat hij zo snel mogelijk met mijn medicijnen naar de sporthal kon komen. Sinds die dag in de sporthal ga ik écht nooit meer de deur uit zonder mijn medicijnen. Bij mijn medicijnen zit bovendien een briefje met uitleg, zodat ook wildvreemden weten hoe ze het moeten toedienen. Nadat mijn moeder had gezien hoe heftig ik reageerde op zoute stengels, werd ze bang. Ze ging bij elk feestje altijd eerst met de moeder van de jarige praten om het helemaal uit te leggen. Dat de moeder bijvoorbeeld niet een lepel voor de pindasaus kon afspoelen met heet water om het daarna weer te gebruiken, want zelfs dan blijven er sporen van pinda’s aan de lepel kleven.

En om het zekere voor het onzekere te nemen, is mijn moeder in groep 8 meegegaan op kamp, zodat ze kon helpen met eten maken. Op school had ik een eigen bakje met traktaties waar ik altijd iets uit mocht kiezen, dat vond ik wel leuk. Andere kinderen vonden dat heel normaal en ik heb me nooit raar gevoeld. Ik was ook nooit bang toen ik klein was, dat is later pas begonnen…

Jarenlang ging het goed en had ik nauwelijks last van mijn allergie. Maar drie jaar geleden ging het bijna mis op mijn werk. Ik werkte toen in de kinderpsychiatrie en moest een boterham met pindakaas smeren voor een van de kinderen. ”Wat haal jij raar adem”, zei het jongetje. Toen pas had ik door dat ik piepend ademhaalde, ik kreeg last van mijn maag en werd suffig. Snel heb ik mijn medicijnen genomen en gebruikte ik een pufje om wat meer lucht te krijgen. Ik bleek zelfs allergisch voor de lucht van pinda’s! Sinds die ervaring ben ik bang geworden. Ik durf niet meer een trein of bus in te stappen, doe alles met de auto. Ik ben veel te bang dat iemand een boterham met pindakaas of Snickers eet en ik het benauwd krijg. Ik ga ook niet meer naar de bioscoop, want ik krijg niets mee van de film, omdat ik constant zit te kijken of er iemand met een zakje M&M’s zit.

Laatst ben ik trouwens wel naar een café gegaan, omdat er een bandje optrad waarin kennissen van me zitten. We hebben de eigenaren verzocht de pinda’s weg te laten, gelukkig kon dat. Maar door die hevige allergie kan ik helaas niet makkelijk spontaan iets ondernemen, ik moet altijd regelen dat er geen pinda’s aanwezig zijn in de ruimte waar ik ben. Op feestjes houden mensen daar gelukkig rekening mee. Maar toen ik laatst naar een musical wilde gaan kon dat niet, omdat de organisatie de andere bezoekers niet wilde vragen om geen pinda’s te eten! Echt zo jammer, vroeger ging ik altijd graag naar musicals. Ik baal er enorm van dat dit niet meer
kan, alleen maar omdat andere mensen in de zaal pinda’s willen eten. Ik bedoel, voor zoiets kleins kan ik niet meer naar iets waar ik ontzettend van geniet!

In een vliegtuig houden ze gelukkig wel rekening met zo’n verzoek. Logisch, want als het misgaat, zouden ze een noodlanding moeten maken. Laatst nog vloog ik naar Frankrijk. Ik hoorde de stewardess omroepen dat pinda’s eten aan boord van deze vlucht niet toegestaan was, in verband met de allergie van een medepassagier. Ik hoorde verderop mensen tegen elkaar zeggen dat ze het raar vonden dat iemand niet tegen de lucht van pinda’s en noten zou kunnen. Ik keek maar snel een andere kant uit, zo van: dat ben ik niet hoor! Maar ergens voelde ik me ook wel belangrijk dat ze speciaal voor mij alle passagiers in het vliegtuig geen pinda’s en noten lieten eten!

De allergie heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor mijn vrije tijd, maar ook voor mijn werk. Eigenlijk heeft die ervaring in de jeugdpsychiatrie ertoe geleid dat ik ander werk ben gaan zoeken. Op de een of andere manier had een jongetje opgevangen dat ik allergisch ben voor de lucht voor pinda’s. Op een dag had hij mij gepakt en neergelegd. ”Ik smeer pindakaas op je en maak je dood”, dreigde hij. Heel eng. Dat was voor mij de druppel, ik ben op zoek gegaan naar een baan in een kinderdagverblijf. Daar houden ze gelukkig rekening met mijn allergie, in het hele gebouw is geen pindakaas te vinden.

Maar buiten de deur kan ik overal dus sporen van pinda’s treffen. Uit eten gaan kan ik daardoor nooit, behalve bij de McDonald’s. Die keten is volledig doorgelicht op pinda’s en gluten. En een keer per jaar gaan we met de familie naar een pannenkoekhuis. Daar hebben ze helemaal niets met noten op de menukaart, ook de olie en boter zijn ’pindaproof’. Toch zijn mijn moeder en ik altijd opgelucht als ik gezond en wel weer wegga… Want zelfs het minste of geringste spoortje van pinda’s kan levensgevaarlijk uitpakken voor mij. Dat bleek dit jaar wel op de camping…

Afgelopen zomer was ik met mijn ouders op vakantie in Frankrijk. Na het ontbijt voelde ik me niet helemaal goed. Mijn ouders wilden weggaan, maar mijn moeder vroeg wel drie keer: ”Weet je wel zeker dat we kunnen gaan?” Uiteindelijk zei ik: ”Nee, blijf maar liever hier.” Op de een of andere manier had ik een allergische reactie gekregen door het ontbijt. Op zich was het een heel milde, rustige reactie. Nadat ik mijn medicijnen innam, werd de allergische reactie een heel stuk minder. Maar het gekke was, de sufheid en misselijkheid verdwenen niet helemaal. Het bleef voor mijn gevoel een beetje ’hangen’. Omdat normaal gesproken de allergische reactie wel verdween met mijn medicatie, werd ik bang en nam ik een uur later nog een keer mijn medicijnen. Mijn moeder belde intussen snel de ambulance. Hoewel ik dus suffig was, was ik nog wel goed bij; ik kon zelfs nog Frans spreken tegen de medewerkers van de ambulance en van de brandweer – die komt standaard mee in Frankrijk. Daardoor dacht ik dat ik de spuit met adrenaline niet hoefde te gebruiken.

In het ziekenhuis kreeg ik een infuus met prednison toegediend, zodat de medicijnen sneller zouden worden opgenomen. Toen pas zakte de allergische reactie. Maar ineens zakte mijn hartslag van tachtig naar veertig, heel eng. En later zakte mijn hartslag nog drie keer. Snel werd de arts erbij gehaald en werd er een hartfilmpje gemaakt. Niets aan de hand gelukkig, waarschijnlijk reageerde mijn hart zo door de prednison, een paardenmiddel. Diezelfde avond mocht ik weer terug naar de camping.

We hebben geen idee waarop ik zo allergisch heb gereageerd. We hebben alles wel tien keer nagelopen, alles dat ik had gegeten was veilig verpakt. Het enige risicootje was het verse stokbrood, iets dat ik elk jaar probleemloos eet in Frankrijk. Maar de Franse bakkers werken veel met amandel en waarschijnlijk zijn sporen daarvan in het stokbrood gekomen en heb ik daardoor zo’n lichte allergische reactie gekregen.Het waren zeker geen pinda’s, want dan reageer ik veel heftiger.

Eenmaal thuis zei mijn allergoloog dat ik mezelf gewoon had moeten injecteren met adrenaline. Zelfs al zou ik dat doen als het achteraf niet nodig blijkt, dan kan het geen kwaad en kan ik hoogstens hartkloppingen krijgen. Hij vindt trouwens dat ik in mijn leven in vergelijking met anderen – maar weinig allergische reacties heb gehad en kennelijk heel zuinig ben op mezelf. Maar mijn allergie is levensgevaarlijk, ik ben gewoon bang. Daarom is het voor mij absoluut geen optie om uit eten te gaan of andere leuke dingen te doen.

Hoe het verder gaat lopen, weet ik niet. Een behandeling om van mijn allergie af te komen is niet mogelijk en je kunt er ook niet overheen groeien. Van mijn allergoloog mag ik beslist geen alternatieve therapieën proberen, te gevaarlijk. Ik zie de toekomst vrolijk tegemoet hoor! Ik kan gewoon werken en leuke dingen doen. Maar ik neem wel mijn voorzorgsmaatregelen en zal altijd rekening moeten houden met mijn allergie die alleen maar erger kan worden naarmate ik ouder word.

Zo doe ik op de sportschool altijd een armbandje om waar al mijn gegevens in zitten. Mijn lerares en de anderen in mijn stepsklasje weten van mijn allergie en weten ook wat ze moeten doen als het misgaat.

Als ik een vriend krijg, mag die absoluut geen pinda’s eten. Ik ken een voorbeeld van een meisje in Canada dat is overleden na het zoenen met haar vriend, hij had enkele uren eerder een boterham met pindakaas gegeten… En stel dat ik later een kindje krijg dat niet allergisch is, dan mag die toch geen pinda’s en noten eten, omdat ik allergisch kan reageren als ik met mijn kindje zou knuffelen en zoenen!

Ik hoop dat fabrikanten en restaurants steeds beter gaan letten op allergene stoffen in hun producten en op de bereiding van hun voedsel.
Ik kan heel veel dingen niet eten, simpelweg door de manier waarop fabrikanten hun producten bereiden. Als ze pinda’s en andere allergene stoffen zoals lactose en gluten nou in één fabriek houden, dan kan ik veel meer dingen eten! De allergenen informatie op producten is op zich prima. B-merken zijn daar minder goed in. Andere fabrikanten dekken zich enorm in! Kan sporen van noten bevatten, staat er dan. Tja, op die manier kan ik bijna niks meer eten.

Gelukkig zijn er genoeg producten waar goede allergie-informatie op staat. En bij verschillende merken heb ik geïnformeerd naar de allergie-informatie. Daardoor weet ik wat ik wel en niet kan eten. Alleen bij koek, gebak en brood wordt dat lastig. Blue Band is het enige brood dat ik kan eten. Gebak, taarten en cake kan ik nooit kant-en-klaar eten, dit maken mijn moeder en ik altijd zelf. Net als krentenbrood, schuimpjes, oliebollen, speculaas, pepernoten en koekjes.

Wij vinden koken zonder sporen van pinda’s of noten best meevallen. Als je verstand van de allergie hebt en dus weet waar je op moet letten, blijft er genoeg over. Maar het is wel heel veel lezen en altijd heel erg alert zijn. Wie weet gaan mijn moeder en ik wel samen een receptenboek schrijven, met daarin verweven mijn verhaal over mijn pinda-allergie. Of misschien ga ik wel samen met haar een restaurant starten waar mensen met een allergie veilig kunnen eten. We hebben genoeg recepten!
Sanne stond 2 jr. geleden in het tijdschrift “Intens” met een interview over haar pinda- en notenallergie.

Ga voor het originele artikel naar de PDF link:
http://docs.google.com/file/d/0B-fprvbCikuAVzJPUlVkX0hpaVU/edit?usp=sharing

Allergie & Anafylaxie Social Network wil Sanne hierbij hartelijk bedanken voor het delen van haar verhaal!